
Wet studiefinanciering 2000
Artikel 12.1d Overgangsbepalingen met betrekking tot artikel 3.9 en 3.10 in verband met nieuwe berekeningssystematiek veronderstelde ouderlijke bijdrage
1
Voor de toepassing op de navolgende tijdvakken luidt artikel 3.9, derde lid:
a
van 1 januari 2006 tot 1 januari 2007:3. Het gecorrigeerde verzamelinkomen in het peiljaar wordt, indien het een negatief bedrag is, gesteld op nihil. Vervolgens wordt daarop in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is gelijk aan 15 275,67. Indien een van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een studerende die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, blijkens die basisadministratie slechts één ouder heeft of artikel 3.14 toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting - naast de algemene heffingskorting - de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de derde volzin een vrije voet die gelijk is aan 19 546,93.
b
van 1 januari 2007 tot 1 januari 2008:3. Het gecorrigeerde verzamelinkomen in het peiljaar wordt, indien het een negatief bedrag is, gesteld op nihil. Vervolgens wordt daarop in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is gelijk aan 15 504,23. Indien een van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een studerende die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, blijkens die basisadministratie slechts één ouder heeft of artikel 3.14 toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting - naast de algemene heffingskorting - de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de derde volzin een vrije voet die gelijk is aan 19 748,75.
2
In afwijking van artikel 3.10, eerste lid, geldt tot 1 januari 2008 in plaats van ?het toetsingsinkomen?: het gecorrigeerde verzamelinkomen.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.